Zoveel mogelijk zelfvoorzienend leven
- Margreet Feenstra
- 15 mei
- 51 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 18 jul
āWillen jullie niet volledig zelfvoorzienend worden?ā vraagt een vriendin. Ik heb haar net verteld over alle fruitsoorten die in onze boomgaard groeien, over de kruiden en het andere eetbare goed dat we in de tuin hebben staan en over de neonkleurige dooiers in de eieren van de kippen die we hadden. Ik lach schamper. Zelfvoorzienend? Dat kan toch helemaal niet. Ik vraag me af waar we genoeg tarwe kunnen kweken om al het brood dat we in een jaar eten te kunnen maken - om maar ƩƩn aspect te noemen! En weet ze wel hoeveel werk dat is?

Toch blijft haar vraag in de maanden erna rondspoken in mijn hoofd. Zelfvoorzienend, wat zou dat in ons geval betekenen? Als ik er over nadenk, zijn we in financiĆ«le zin best al een eindje op weg. We wonen vrijwel gratis omdat we aflossen op de hypotheek altijd prioriteit hebben gegeven. Daarnaast is dit al ons vierde huis. In ieder huis hebben we veel geklust, zodat we het altijd mooier en dus duurder vĆ©rkochten dan kochten. Door de verhuur van vakantiehuisjes levert onze woonomgeving zelfs geld op. Al is het best een pak werk, en levert het ook juist extra kosten op, het onderhouden van die huisjes.Ā
Maar financieel onafhankelijk worden is natuurlijk iets anders dan zelfvoorzienend leven. Om nog even verder op te sommen wat de huidige stand van zaken is: op het dak liggen inmiddels 36 zonnepanelen. Als we de vakantiehuisjes in het winterseizoen niet verhuren, dan krijgen we meestal geld terug van het energiebedrijf. We stoken de huisjes elektrisch en dat gaat heel hard in de koude maanden van het jaar. Vandaar dat we ons beperken tot de zomermaanden.Ā
Wat nog meer? We hebben nauwelijks stookkosten omdat we ieder jaar zes kuub hout sprokkelen en verzagen. In al die zeven winters hebben we nog nooit hout gekocht. Verder koken we elektrisch. Het propaangas in de tank gebruiken we alleen voor warm water en bij vrieskou om de cv-leidingen heel te houden. Daarnaast is E zo handig en doen we allebei zoveel zelf aan ons eigendom dat we relatief weinig onderhoudskosten hebben.
Oh ja, we halen een groot deel van de spullen die we denken nodig te hebben tweedehands, zelfs de kamerplanten, het timmerhout en de luxe keuken. Veel van wat we halen, mogen we gratis meenemen. Vaak ruilen we tegen een potje zelfgemaakte jam. Maar ook hergebruik gaat natuurlijk meer over onafhankelijk leven dan over zelfvoorzienend zijn.Ā
Inderdaad, we eten nu al het hele jaar zelfgemaakte pruimenjam, liters appelmoes en pannen vol stoofperen. En dan nog de kersen, zwarte bessen, frambozen, perziken, vijgen, walnoten, handperen, appels, moerbeien, bosaardbeitjes.
Maar zelfvoorzienend? De kippen en de haan zijn vorig jaar naar het kippenparadijs gegaan. Dus inmiddels hebben we geen eigen eieren meer. Hoe lossen we dat op? Voordeel is dat de bloemen en planten weer een reƫle kans hebben om te groeien. De kippen en de haan liepen los en dat hebben we geweten. Het kippenvrije bestaan heeft me doen besluiten om komend jaar maar eens een moestuin aan te leggen. Daar was ik het afgelopen jaar voorzichtig mee begonnen. Lekker hoor, iedere dag rucola op brood, rucola in de pesto en rucola door de sla. Zelfs de doorgeschoten rucola vond ik leuk vanwege de decoratieve bloemetjes.

Dus daar gaan we. E en ik hebben in de afgelopen maanden moestuinbakken gemaakt van straatstenen die we nog over hadden. We hebben deze gevuld met eigengemaakte compost en drie aanhangwagens halfverteerde paardenmest. Die kan nog een paar maanden verder composteren. Weer een stapje dichter naar volledig zelfvoorzienend worden. Ik kan niet wachten tot het maart is. Of nee, februari. Ach, ik kan vast in januari al binnen en onder glas gaan zaaien. Nu nog iets verzinnen voor de kippen. Waar zetten we de tarwe? En nemen we daarna een koe?
Lees ook wat er aan vooraf is gegaan in het boek 'Ik vertrek naar het platteland'.
Of lees hieronder verder over hoe ver we zijn gekomen met zelfvoorzienend leven.
*
Nu het idee van zelfvoorzienend willen zijn me niet meer loslaat, als een korstje waar ik steeds aan moet krabben, vraag ik me af wat ik er zelf eigenlijk mee bedoel. Wat is zelfvoorzienend leven eigenlijk? Hoe wil ik daar invulling aan geven? En waarom zou ik dit überhaupt willen? Of āweā eigenlijk, want E gaat er ook graag in mee.
Zelfvoorzienend zijn zie ik als volledig in ons eigen levensonderhoud kunnen voorzien, waardoor we minder afhankelijk worden van anderen. Zelf de energie opwekken die we nodig hebben, zelf eten verbouwen, zelf alles maken wat we in het leven nodig denken te hebben, financieel onafhankelijk zijn, zuinig zijn met grondstoffen.Ā
Als ik dit zo opschrijf, weet ik meteen dat dat niet is wat ik wil, volledig zelfvoorzienend zijn. Dus daar gaan we al: een glijdende schaal nog voordat we goed en wel van start zijn gegaan.Ā
Verworvenheden
Er zijn zoveel verworvenheden die ik niet wil opgeven, zoals autorijden, naar de bouwmarkt kunnen voor een schroefje, naar mijn favoriete kledingwinkel gaan, naar de huisarts kunnen als het nodig is, kant-en-klaar kattenvoer kunnen halen, kunnen overschakelen op een energieleverancier als het vijf graden vriest, op zān tijd een cocktailtje kunnen drinken in het cafĆ©.Ā
We hebben met zān allen een prachtig fijnmazig netwerk opgebouwd om in alle mogelijke behoeften te voorzien. Als ik er even bij stil sta hoe wij als mieren in een nest samenwerken om het dagelijks leven voor elkaar gemakkelijk te maken, zodat we zeeĆ«n van tijd overhouden om hele dagen naar kantoor te gaan, danā¦
Want zo is het natuurlijk wel: omdat een ander mijn brood bakt, met meel dat weer door een ander is gemalen, dat weer door een ander is verbouwd, dat weer door een ander is geleverd, dat weer door een ander is veredeld⦠Nou ja, je snapt het nu wel, denk ik. Daardoor kan ik op dit moment in een comfortabele stoel in een warm en droog huis redactiewerk doen met een kop thee naast me.Ā
Wat dan wel
Okay, maar wat wil ik dan wel? Hoe ver wil ik gaan in het streven naar zelfvoorzienendheid? E en ik werken al decennia naar stap voor stap financieel min of meer onafhankelijk zijn. Dat gaat bij ons inmiddels de goede kant op. We kunnen het ons nu veroorloven om met minder uren betaalde arbeid per week een prettig leven te hebben. Daarbij kiezen we allebei voor werk dat we belangrijk vinden en dat ons voldoening geeft. Maar bepaalde kosten lopen door, zoals de lokale en landelijke belastingen en de ziektekostenverzekering. We willen graag deel blijven uitmaken van de maatschappij en kiezen ervoor om hier gewoon mee door te gaan.Ā
Een tevreden leven
Ter inspiratie op de weg naar autarkie ben ik onder andere het boek āEen tevreden levenā aan het lezen, van Helen en Scott Hearing. Het gaat over een echtpaar dat zestig jaar zelfvoorzienend heeft geleefd. Ze beschrijven vrij gedetailleerd ieder aspect van hun levensstijl. Zo weet ik nu zelfs waar hun ontbijt, lunch en diner uit bestaat: een grote portie fruit, gewelde en verwarmde granen met soep en salade. In het boek beginnen ze elk hoofdstuk met een uiteenzetting van wat ze willen bereiken en van wat ze belangrijk vinden op het gebied van gezondheid, werk, vrije tijd, samenleven, voeding en inkomen vergaren. Daarna leggen ze uit hoe ze dit hebben gerealiseerd.
Door de gestructureerde en doordachte aanpak van Helen en Scott Nearing wil ik voor onszelf ook eerst eens op een rijtje zetten wat de wensen en mogelijkheden zijn. En dat blijkt nog niet zo makkelijk. Maar voordat ik dat doe, begin ik met het beschrijven van de goede gewoontes die we willen voortzetten.
1 Geen voedselverspilling
We willen alle voedingsmiddelen die we in huis halen opeten en opdrinken. Dat lijkt een makkie maar het schijnt dat we in Nederland ongeveer 33 kilo voedsel per jaar weggooien, gemiddeld. Die hoeveelheid willen we in dit huis laag houden en het liefst tot nul reduceren. Wij eten sowieso altijd de volgende dagen alle kliekjes op en mijn empty the fridge-maaltijden zijn een begrip in dit huishouden - met wisselende uitkomsten, geef ik toe. Als een product over de houdbaarheidsdatum blijkt te zijn, dan bekijk en besnuffel ik het, voer eventueel een test uit om meer zekerheid te krijgen, en probeer het soms gewoon. Meestal gaat het goed. Nog nooit ziek geworden van mijn eigen over-de-datumproducten. Bij mijn vader van 93 vonden we onlangs cajunkruiden die 24 jaar over de datum waren. Dat record moeten wij nog leren overtreffen. Ik heb het potje overigens meteen leeg gekieperd.
2 Tweedehands is de norm
Ook mijn reflex om eerst op marktplaats en in de kringloopwinkel te kijken om te zien of ik daar kan vinden wat we graag zouden willen hebben, zullen we voortzetten. Het geeft veel voldoening om spullen een nieuwe bestemming te geven. Er is zoveel te vinden, ook van goede kwaliteit. Ik geniet er echt van om tweedehands meubels, planten, lampen, gordijnen, boeken, apparaten, een tweede leven te geven. Zo heeft E onlangs nog een draagbare pick up met oranje deksel gekocht uit de jaren ā70. Voor de gasten in ons vakantiehuisje. En als niemand kijkt ook een beetje voor onszelf. Veel van onze meubels, bouwmaterialen, gebruiksartikelen, boeken en prullaria zijn tweedehands. De meeste kasten hier in huis zijn antiek en dus van echt hout. Ik gruwel van de geperste plaat meubels van de discounters.
3 Repareren en zorgdragen
Of er nu een zelfgemaakt hek kapot waait, het maaidek van de zitmaaier versleten is of een veertig jaar oude mixer ineens stilstaat: E fixt het wel weer. Het repareren van onze eigendommen zullen we blijven doen. Het bespaart veel geld en we maken zo ook optimaal gebruik van de materialen die ooit in de wereld zijn gebracht. Daarnaast zijn we zuinig op onze spullen, wat de levensduur aanzienlijk verlengt. Dat betekent veel opruimen en schoonmaken, regelmatig een druppeltje olie toedienen, voorzorgsmaatregelen nemen en regelmatig controleren, kwalitatief goede kleding kopen en daar jaren mee doen.Ā
Op het gebied van onderhoud kan ik nog een verbeteringsslag maken, bijvoorbeeld door altijdĀ kluskleren aan te trekken als ik āevenā de tuin in ga of iets versjouw of poets; door met volledige aandacht en focus te klussen en beter na te denken over het juiste gebruik van het juiste gereedschap, door tussendoor nog vaker op te ruimen en spullen op hun āvaste plekā terug te leggen.
Ā
4 Meer conserveren
Wat ik wil intensiveren is het oogsten en het langer bewaren van zoveel mogelijk fruit uit onze eigen boomgaard. In de eerste zeven jaar dat we hier wonen doen we ons best om alles tijdig te plukken, en we geven veel weg aan vrienden, familie, collegaās, kennissen, mede cursisten en toevallige passanten, maar vanwege de grote hoeveelheden is het verwerken van het fruit op de piekmomenten een pittige klus. Soms staat het me zo tegen om weer pruimen te rapen, te sorteren en te bedenken aan wie we de volgende tien kilo kunnen geven, dat we besluiten om direct naar de kliko te lopen en de emmer daar maar in leeg te kieperen. Iedere keer dat we de klep openen moeten we drie doldwaze seconden aan fruitvliegjes trotseren, maar dat is beter dan meer ratten, wespen en muizen in de boomgaard.
5 Goed met geld
E en ik zijn over het algemeen behoudend omgegaan met geld, zeker in de eerste 25 jaar dat we samen zijn. Een nieuwe aanschaf hebben we altijd uit eigen middelen gefinancierd, met uitzondering van de eigen woning. Maar ook daar hebben we er altijd voor gezorgd om zo snel mogelijk van de hypotheek af te komen. Hierdoor leven we in ons vierde huis hypotheekvrij.
Ook op het gebied van het inhuren van anderen zijn we terughoudend geweest. Wat we zelf kunnen, doen we meestal zelf. Ik voel me al bezwaard als de huisschilder de buitenboel op de slechtste en voor ons onbereikbare plekken komt bijwerken, omdat we dat vroeger zelf deden. Ook de administratie doen we grotendeels zelf. Abonnementen? Hebben we in beperkte mate. En zoals al eerder aangestipt, kan E het huis-tuin-en-auto-onderhoud voor een groot deel zelf doen.
Daarnaast laat ik me nauwelijks nog verleiden tot de aanschaf van modieuze waren, zoals gedicteerd door bladen, winkels en stylisten. E en ik kijken liever naar goede kwaliteit, fijne materialen en een lange levensduur. De euforie over een nieuwe aanschaf is van korte duur, is mijn ervaring. De eerste vlek of kras zit erop voor je het weet en tevredenheid zit niet in spullen maar in jezelf. Bovendien heb ik bij een overlijden haarscherp ervaren dat een mens met niets weer de aarde verlaat. Bezit heeft de betekenis die je er zelf aan geeft. Steeds vaker voel ik me een āhousekeeperā van de spullen om me heen. Het is maar een tijdelijke betrekking. Toch hecht ik wel aan spullen. Door de betekenis die ik eraan geef en door het verhaal dat eraan kleeft. Hierdoor zorg ik er ook goed voor.
6 Energieverbruik
In de zeven jaar dat we hier wonen, hebben we nog nooit stookhout gekocht. De zes tot acht kuub die we per jaar stoken om het huis te verwarmen, sprokkelen we overal vandaan. Dat betekent veel sjouwen, zagen, kloven, stapelen, verplaatsen, ophalen, gebruiken en weer doorgaan. Het lijkt wel een liedje van Herman van Veen. Door het stoken in een hoogrendemenstkacheltje besparen we veel gas. Gemiddeld vullen we ieder jaar een tank van duizend liter. Propaangas gebruiken we voor het warme water en af en toe voor het verwarmen van ons huis. Overigens ongelooflijk hoe weinig as er overblijft na twee weken stoken.
Door de 36 zonnepanelen op de daken krijgen we ieder jaar een klein bedrag terug, als we de vakantiehuisjes alleen verhuren tussen april en oktober. De huisjes worden volledig elektrisch verwarmd. Koken gebeurt hier ook met inductie en keramische kookplaten. We gaan bewust om met energieverbruik. Daarom geen lichten aan waar we niet zijn, deuren dicht om warmte binnen te houden, alleen verwarmen waar we verblijven, deksels op de pannen tijdens het koken, niet meer theewater koken dan we nodig hebben, et cetera.Ā
Tot zover in grote lijnen de goede gewoonten die we willen voortzetten. Nu nog doelen stellen om het zelfvoorzienende leven verder uit te breiden. Daarover een volgende keer meer. Graag je reactie, tips, ideeƫn in de comments hieronder. Fijne buitendag!
P.S.: Ook een superleuk boek is Duurzaam en zelfvoorzienend.Ā Het groene handboek voor de 21ste eeuw van Dick en James Strawbridge.
*

De laatste kerstspullen in het tuincentrum gaan weg met vijftig procent korting. Ook nu loop ik er met een boog omheen, speurend naar kleine zakjes groente- en bloemenzaad. Na tien minuten slenteren sta ik likkebaardend voor een muur met veelbelovende zaadjes met kleurrijke fotoās van sappige groenten en weelderige bloemen. Waar mogelijk kies ik voor biologisch. Hebberig gooi ik de ruisende zaadjes broccoli, afrikaantjes, spinazie, tuinbonen, bietjes, wortel en sla in mijn mandje. Nog een paar weken, dan kan ik beginnen met de moestuin. Enigszins tegen mijn zin koop ik ook een groot net om straks over de bedden te kunnen spreiden. De katten graven, pissen en poepen graag in de vruchtbare aarde, heb ik gemerkt. En de vogels zien de moestuin vast aan voor een groot buffet. Het enige wat helpt is een lelijk net.
Het is bijna half januari, de vorst is weer voorbij. Ik barst bijna uit elkaar van verlangen om te zaaien. Ik klap de laptop open en bekijk voor de zekerheid nog een filmpje over het zaaien van spinazie onder glas. Want dat ga ik zo doen. In de zelfgemaakte 'koude bakken'. De presentator legt het verschil uit tussen scherpzaad en rondzaad: de eerste is geschikt voor de voor- en najaarsteelt, de andere meer voor laat voorjaar en zomer. Ik loop naar de la waar ik alle zaadjes als een schat bewaar en graaf het zakje met spinaziezaad op. āRondzaadā staat op het zakje. Ik spring heel duurzaam in de auto en haal scherpzaad. En meteen nog wat bloemzaadjes. Waarom heb ik die de vorige keer niet al meegenomen, eigenlijk?
Twee dagen geleden heb ik de ramen van de koude bakken laten zakken zodat de aarde alvast verder kon opwarmen. Ik heb een grote drietand gepakt om de bovenste laag gecomposteerde paardenmest door de dikkere laag eronder te mengen. Daarna wil ik met een grindhark het bed mooi egaliseren. In mijn andere hand heb ik een bakje met scherpzaad spinazie en een zelfgemaakt plant label met āspinazieā en de datum erop. Vrolijk opgewonden draai ik het glas van de koude bak naar boven. De drietand zet ik op het bed. Ik hark met kracht. De bovenste laag wil wel opzij. Maar de laag eronder is gewoon nog bevroren!
Met pruillip en afhangende schouders laat ik het raam van de koude bak weer zakken, kijk even snel of de buren me niet hebben gezien, en verzamel dan het gereedschap, de zaadjes en het naamplaatje met datum. Tijd voor een kopje thee bij de houtkachel.
P.S.: Om de winterblues tegen te gaan, heb ik in de keuken in potjes koriander, rucola en sla gezaaid. Die zijn alle drie al opgekomen. Niets stemt zo vrolijk als nieuw leven!
*

Ik wou dat ik het karakter had om volledig vegan te eten maar daarvoor zijn mijn knieƫn te zwak. We hebben dus nieuwe kippen nodig, voor de eieren. De vorige toom is vorig jaar zomer gaan hemelen. Overigens niet op hun eigen verzoek.
Meneer De Haan moest het loodje leggen omdat hij E aanviel en al behoorlijk op leeftijd was; zijn laatste Chickie omdat ze steeds in het hok zat - zoals een dementerende in de woonkamer van het verpleeghuis - en omdat we wilden voorkomen dat ze op net zoān een akelige manier aan haar einde zou komen als haar wijlen toomgenote. Die kreeg een akelig gezwel op haar kop. Eerst het linkeroog dicht, en terwijl wij met twee ogen een paar dagen aankeken of dit vanzelf weer zou overgaan, ook het rechteroog dicht. Uiteindelijk heeft E haar heel dapper zelf een koppie kleiner gemaakt. Alle kippen zijn rond de zeven jaar geworden dus dat is toch een mooi leven. Hallelujah amen.Ā
Nieuwe kippen dus. Het is winter en daarom kiezen we voor volwassen exemplaren. En geheel in stijl met de rest van onze levenswijze moeten ze wel gratis zijn, net als het hok en de ren. Een paar keer vis ik achter het net op de grootste online marktplaats. Maar dan heb ik beet. Het gaat om een grote grijze kip die alleen woont in een met trottoirtegels beklede achtertuin van een jaren 80 wijk. E haalt de kip op. De eigenares doet er met tranen in de ogen afstand van.Ā
De volgende dag zie ik De Grijze Dame voor het eerst. Ze schuilt nog wat bleu in de beschutte uitloop van de ren. Als ze een paar uur later in het nachthok zit, krullen haar poten om de wanden van een van de legbakken. Blijkbaar durft ze er niet in te gaan liggen of weet ze niet hoe dat moet. Op stok gaan kent ze misschien ook niet? Het ziet er allemaal nog wat sneu uit, deze mooie, rijzige Grijze Dame alleen.
Als een gek zoek ik verder op de online marktplaats. Toch maar betalen voor de andere kippen dan? Of een haan erbij, hoewel we dat eigenlijk niet willen? Dan kunnen we snel haar eenzaamheid oplossen. Gratis hanen genoeg. Ik zie er eentje die er minder ijdel uitziet dan Meneer De Haan. Hij is gedumpt bij een dierenweide. Daar heb je het al. Geeft een deuk in je zelfvertrouwen. Sympathiek als hij is, heeft hij al twee dames het hoofd op hol gemaakt, staat in de advertentie, zodat de haan samen met zijn twee nieuwe vriendinnen weg mag. Ik maak er meteen werk van en vraag of wij de toom mogen ophalen.
De volgende dag komt E met drie dozen thuis. We zetten ze voor de ren en ik mag ze een voor een uitpakken. De Grijze Dame zit nog steeds eenzaam te wezen in het nachthok. Dat komt goed uit. Als ik de flappen van de eerste doos open vouw, zie ik een lichtbruine kip, half zo groot als De Grijze Dame. Het lijkt wel een groot kuiken. Ze schuift met haar nagels over de schuine wand van de doos, plopt op het gras en blijft als verstijfd op de grond liggen. Uit de tweede doos glijdt Monsieur Sympa. Hij probeert zich een houding te geven in deze onbekende omgeving. Uit de derde doos verschijnt een ronde, witte kip met zwarte randjes aan de veren. Wat een knapperd. Ze maakt meteen duidelijk hoe de hiƫrarchie is tussen hen drietjes door naar de kleine bruine te pikken.
Het begint te schemeren. De eerste kip maakt aanstalten om het nachthok in te gaan. Ineens word ik ongerust. Straks schrikt De Grijze Dame zich te pletter en pikt ze die kleine dood. Ik open het nachthok en duw de eenzame kip richting de opening naar de ren. Verrast kijkt ze naar haar nieuwe soortgenoten. Ze loopt het trapje af en begeeft zich tussen de anderen. Wat is ze groot! De kleine bruine en de witte verstoppen zich snel achter Monsieur Sympa. Hij is zichtbaar in shock maar maakt zich op om de grote indringer aan te vallen.
Ineens zie ik een kammetje en lellen bij De Grijze Dame. āOh godā, zeg ik tegen E. āWeet je wel zeker dat het een kip is?ā E begint ook te twijfelen. We staren angstig naar de twee die tegenover elkaar staan. Ik zoek op mijn mobiel of kippen ook een kam en lellen kunnen hebben.Ā
Voor De Grijze Dame lijkt alles nieuw. Zonder bijbedoelingen probeert ze achter de linie van Monsieur Sympa te komen, om duidelijk te maken aan welke kant ze staat. Maar de haan vertrouwt deze reuzin niet. Wij vertrouwen haar geslacht ook ineens niet meer. Wat opvalt, is dat ze niet terugvecht. Het is een maf gezicht: die reuzenkip, de iets kleinere haan, de zelfverzekerde wit-met-zwart-randje kip en dan die ondergeschikte lichte bruine.
āWat hebben we nu toch weer gedaan?ā vraag ik E.Ā
āZullen we ze maar weer uit elkaar halen danā, antwoordt hij.Ā
We besluiten het nog even aan te kijken omdat De Grijze Dame niet terugvecht. We appen het nieuws voor de zekerheid naar haar vorige eigenares. Ze bevestigt dat ze al meerdere eieren heeft gelegd. Dus dan moet het wel een meisje zijn.Ā
Een paar uur later bespieden we de nieuwe toom in het nachthok. De haan ligt met zijn twee kipjes geborgen achter hem in een hoek, De Grijze Dame zit ongemakkelijk aan de andere kant op de rand van een van de legbakken. Het is in ieder geval vredig.Ā
De volgende dagen raken de dieren steeds meer vertrouwd met elkaar en wij halen opgelucht adem. Ik heb de haan nog niet zien paren. Zal er vast apart uitzien, met zoān grote partner. Verheug ik me daar op?
*

In de afgelopen weken krijgt veel van wat ik doe en zie een andere betekenis. Alsof ik een nieuwe bril draag. Neem nu lege wc-rollen. Voorheen gooide ik die achteloos in de papierbak. Maar nu zie ik in zoān rol ineens twee kweekbakjes. Even doorknippen, vullen met de aarde, zaadje erin, klaar.
Of neem de plastic borden van de diepvriesmaaltijden van mijn 93-jarige vader. Als we die verknippen tot strookjes kan ik ze gebruiken als naamplaatjes waar ik ārucolaā, āspinazieā of āknoflookā op kan schrijven. Ook voor in de moestuin.
Tijdens het snoeien van de knotwilgen in de boomgaard leg ik alvast wat dunne twijgen apart zodat ik deze kan vlechten tot een groeischerm voor de lathyrus die ik wil zaaien. En de bergen compost die ik hier in de omgeving overal zie liggen om de fruitbomen te voeden, zou ik heel graag, in de donkerte, met bivakmuts op, willen pikken, voor alle kweekpotten die straks te vullen zijn. Doe ik niet, hoor. Of toch?
En hee, die juten zakken die nog op zolder liggen: kan ik daar niet heel makkelijk aardappels in telen? Of aardpeer? Als een kwijlende vrek stap ik de afgelopen weken door het leven. Op jacht naar alles wat opnieuw te gebruiken is. Zelfs de minuscule hoeveelheid as die in onze hoogrendementskachel overschiet, is brandstof voor nieuw leven. Daar kun je veel mee, joh. Zelfs een gat in het wegdek kun je ermee repareren.
Alles is de laatste tijd ineens materiaal voor iets nieuws. In het kader van meer zelfvoorzienend willen worden, denk ik de laatste weken bij al mijn activiteiten: wil ik dit zo blijven doen of kan ik hier nog iets aan veranderen? Dat is de mindshiftĀ die ik doormaak.
Ondertussen groeit in onze kleine, toch al propvolle schuur nu een kleine berg. Stevige kartonnen fruitdozen vormen de basis. Daar tegenaan een zak zaaigrond. En overal kleine plastic bakjes waar eerder champignons, of cherrytomaten uit de supermarkt in hebben gezeten. Ergens daartussen de verknipte plastic bodems van mijn vaders diepvriesmaaltijden en tientallen grijze wc-rollen. Er is dus al groei, ergens, op ons terrein. Voelt alleen nog niet zo zelfvoorzienend.
*
Ik vind het best een worsteling, dat nadenken over een zelfvoorzienend leven. Neem nu het stuk appeltaart dat voor me staat en dat mij het water in de mond doet lopen. Van alle ingrediƫnten - boter, suiker, bloem, ei, appel, citroensap, vanille-extract - kunnen wij op dit moment slechts twee bestanddelen uit eigen tuin halen. En niet eens voor een appel en een ei. (Die twee dus.) Wat heb ik toch een moeilijk leven. Ik neem nog maar eens een hap. Misschien gaat het nadenken dan beter.
Waar waren we? Oh ja, er zijn twee grote stappen die we op dit moment zouden kunnen zetten om weer iets meer zelfvoorzienend te leven. Tenminste, dat denk ik. De ene is elektrisch autorijden, de andere: zoveel mogelijk groente en fruit zelf verbouwen. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat een elektrische auto voor ons nogal begrotelijk is.
Daarnaast is het bereik van het kleinste alternatief dat we eventueel nog wel zouden kunnen betalen, te gering voor waar we de auto voor gebruiken. Bovendien zullen we dan óf nog meer zonnepanelen dan de 36 die we al hebben moeten installeren óf een mini windmolen moeten plaatsen. Maar waar? Een kleine windmolen, die in dit geval zoden aan de dijk zou zetten, mag niet, onder andere omdat we pal onderaan die dijk van de zoden wonen. En omdat we geen agrariërs zijn.
In onze omgeving hebben een paar boeren wel een relatief kleine windmolen op eigen terrein mogen zetten. Zonnepanelen erbij dan maar? Onze vrije dakdelen zouden zwichten onder het gewicht van nog meer collectoren. Daarom rijden we nog maar even door in wat we hebben. Bovendien geeft het me meer voorpret en lots ofĀ verkneukeling om eigen voedsel te verbouwen dan om te denken aan de aanleg van extra technische voorzieningen.
Met zelf fruit kweken zijn we al een heel eind op weg met de 21 oude en nieuwe fruitbomen die in de hoogstamboomgaard staan. We genieten het jaar rond van pruimenjam en appelmoes uit diepvries en pot. Daarnaast plukken we een aantal weken per jaar kersen, bosaardbeitjes, frambozen, perziken, hand- en stoofperen, vijgen, een enkele moerbei en zwarte bes, en rapen we steeds meer walnoten van eigen boom. Als het een beetje meezit, komt hier de komende jaren nog kaki bij. Ik weet het, die hoort hier helemaal niet thuis. Maar we proberen het toch. En we hebben deze winter nog acht bessenstruiken geplant. Omdat we nog niet genoeg fruit hadden, natuurlijk.Ā
Dan de afdeling groenten. Sinds een half jaar ben ik me aan het verdiepen in het moestuinieren. Ik heb een jaaroverzicht gemaakt zodat ik weet wanneer ik wat kan zaaien en oogsten, en welke planten beter wel en beter niet bij elkaar geplaatst kunnen worden. Uren aan besteed. Krijg ik kort daarna een tijdschrift kado met daarin een veel duidelijker overzicht. Natuurlijk heeft een ander dat allang uitgezocht. Waarom heb ik daar niet eerder aan gedacht?
Inmiddels heb ik op twee vellen papier ook een zaai- en plantschema gemaakt voor de verschillende verhoogde bedden die we in elkaar hebben gestapeld van straatstenen. Lekker met potlood rondjes gekleurd. Rood is een biet, groen is spinazie, paars is knoflook.
Ik was zo blij als een kind dat ik in november in ieder geval nog knoflook kon planten. Daarna was de decembermaand bijna niet vol te houden, zo lang. Begin januari hield ik het echt niet meer. Ik bedacht ineens dat sla bijna het hele jaar rond wel te kweken is onder glas. Net als koriander en rucola. Dus nu staat de vensterbank vol met deze smaakvolle groentjes. De slaplantjes heb ik op de eerste dag van februari verspeend. En blij dat ze zijn met die eigen ruimte. Na een paar dagen zie ik alweer extra blaadjes verschijnen.
Ongeduld dat ik ben, heb ik ook al spinazie en tuinbonen in de koude bak gezaaid. Maar daar gebeurt na tien dagen nog heel erg weinig. Zou dat soms door de vrieskou komen? De broccoli, veldsla en rode pepers geven daarentegen na een paar dagen al een teken van leven. Hoi, hoi, hoi! Maar die staan dan ook binnen. De basilicum en peterselie nemen hun tijd. En de rozemarijn die ik gisteren heb gezaaid zal ook ongeveer een maand nodig hebben.Ā
Moestuinieren is een cursus in omgaan met teleurstellingen, lees ik ergens. Dat wil ik helemaal niet horen. Ik kijk liever de zaadjes de grond uit, geef ze iedere dag een slokje water en praat heel zoet tegen de kiemlobben die verschijnen. Wat zien die er toch aandoenlijk uit.
*

Een echte moestuinier heeft een kas. Zo lijkt het. Het liefst een grote. Van folie of glas, dat maakt niet uit. Zeker als je tomaten of aubergines wilt kweken, weinig vensterbank hebt of als je vensterbanken al vol staan met ander zaaigoed, zoals bij mij dreigt te gebeuren, is zoān extra binnenruimte meer dan een luxe. Maandenlang speur ik daarom iedere dag de grootste online marktplaats af naar een gratis exemplaar.
Aangezien duizenden Nederlanders de afgelopen jaren aan het moestuinieren zijn geslagen, worden de tuinkassen ook tweedehands nog duur betaald. Kansloos, die zoektocht? De aanhouder wint. Althans, de seinen staan op groen: ik vind een prachtige muurkas, van metaal, met een puntboog. Klein maar fijn. Gratis, staat erbij. Ik kan het niet geloven maar mail toch enthousiast of we deze ergens de komende dagen mogen komen ophalen. Als ik het berichtje heb verstuurd, stuur ik er snel een tweede achteraan: ruilen voor een pot zelfgemaakte pruimenjam?Ā
De volgende dag heb ik nog geen antwoord. De advertentie staat wel op āgereserveerdā. Jammer. Het was ook te mooi om waar te zijn. Toch stuur ik nog een derde berichtje. Dat ik me aanbevolen houd, mocht de geĆÆnteresseerde niet komen opdagen. Meestal hoor ik in dit soort situaties dan niets meer. Maar dit keer: bingo! Ik kan het niet geloven. De mooie muurkas is voor mij? Ik kijk nog eens goed naar de foto. Zit er een addertje onder het gras? Ik zie een stapel stoeptegels voor de rechterruit. Zou die gebroken zijn? Of is de hele kas ontwricht? We moeten er best een stuk voor rijden dus ik wil eigenlijk zekerheid. Maar ik durf niets te vragen. Straks gaat de kas naar een ander. Ik blijf erover piekeren: waarom doet iemand zoān mooie kas gratis weg? Over een paar dagen weten we het.Ā
Vrijdag. Zoals afgesproken, mail ik de eigenaar dat we de volgende dag om 11.00 uur op de stoep zullen staan. Dat is prima, antwoordt hij. Tot dusver gaat alles nog zoals ik hoopte. Op zaterdag checkt E de banden van de aanhangwagen, pakt hij gereedschap in, koppelen we de aanhanger aan en rijden de vijf kwartier (!) naar de muurkas.
De voortuin ziet er verwaarloosd uit. Een oudere dame doet open. Ze glimlacht. We mogen door de poort naar achteren lopen. Samen met haar man stapt ze aldaar moeizaam de bijkeuken uit. De senioren vertellen dat hun zoon bij hen komt wonen en dat op de plek van de muurkas een schuur komt. Ook gaan ze het huis vergroten zodat ze zelf in de uitbouw kunnen gaan wonen. Ik kijk naar de overwoekerde achtertuin. De perken zijn verzakt en bemost, net als de teakhouten tuinbank. De ooit handige groeihulpen voor bloeiers staan enkel wind te vangen en de ruiten van de muurkas zijn zo groen als gras.
Zoals bij alle dingen die we gratis ophalen, duurt ook dit karweitje langer dan gedacht. Alles moet uit elkaar: eerst de ruiten eruit, heel voorzichtig, zonder ons te snijden of er eentje uit de handen te laten glippen; dan de verharde rubberen strips die dienen om de kou buiten te houden; dan de metalen constructie. En daarna moet alles voorzichtig in de aanhanger getild worden. We zijn er twee uur en een kwartier mee bezig. Tijdens het werk genieten we van de eerste winterzon in weken en van het nieuwsgierige jonge katje van de bewoners dat om ons heen dartelt.Ā
De volgende dag pakken we thuis de buit uit. Ik poets alle slakkenhuisjes en groene aanslag weg met een borstel en een sopje, spuit de rubbers in met siliconenenspray, in de hoop dat ze weer wat zachter worden, en snij mezelf ƩƩn keer aan een ruit. Het bloed sijpelt over het glas. E zet ondertussen het frame in elkaar.
Als de mouwen van mijn klusjas en mijn sokken drijfnat zijn en het sop donkergroen oogt, denk ik: zijn we eigenlijk niet een beetje gestoord? Twee dagen zijn we met de nieuwe aanwinst in de weer. Toch ben ik blij met de muurkas. Wel suf dat we niet van tevoren hebben bedacht waar we die kwijt kunnen. Met een meetlint lopen we alle muren langs. Slechts ƩƩn lege muur komt in aanmerking en die is op het zuidoosten gericht. Dan moet ik wel eerst nog even de frambozenstruiken aldaar verplaatsen. Was dit nu wel zoān een slimme zet? Nou ja, aan het werk maar weer.
*

Een zelfvoorzienend leven is duur, hard werken en je hebt nooit meer vrij, lees ik ergens. Dat is nog eens een verfrissende kijk op de zaak, na alle romantische videoverslagen van knappe, jonge stellen die met of zonder kinderen alle schepen achter zich verbranden om ergens op de wereld een homesteadĀ te beginnen.Ā
Duur omdat je veel geld moet uitgeven voor een stuk grond waarop je kunt verbouwen, wonen en eventueel dieren kunt houden; hard werken omdat je veel tijd kwijt bent met het optuigen en later onderhouden van al wat er op je landje leeft; en inderdaad: daar ben je iedere dag mee in de weer, dus eigenlijk kun je nooit meer weg.Ā
Na een spontane lach om deze recht door zee benadering, word ik ook een beetje verdrietig. Want ik heb die gedachten ook gehad, meer dan eens. Om te beginnen met ānooit meer weg kunnenā. In de afgelopen zeven jaar dat we hier wonen, hebben we onze vakantie zes keer rond de tuin gepland, omdat in de zomer het gras moet worden gemaaid en de planten bewaterd. Doen we dat even niet, dan zitten we de rest van het seizoen met verdorde planten of een gehavende grasmat, zo hebben we het eerste jaar gemerkt. En daar word ik pas ĆØcht verdrietig van. De natuur dicteert. Dus als we weg willen, dan doen we dat tegenwoordig in het vroege voorjaar of in de late herfst.
Zelfvoorzienend leven duur? Een stuk grond hebben we al, dus daar hoeven we geen geld meer aan uit te geven. Maar dat is inderdaad niet goedkoop. Als we ons focussen op het verbouwen van zo veel mogelijk eigen groenten en fruit, zoals we van plan zijn, en de levende have beperken tot kippen en katten, dan hebben we voldoende ruimte om een substantieel deel van ons voedsel zelf te verbouwen. De kunst is natuurlijk om dat dusdanig slim te doen dat er voldoende spreiding is gedurende het jaar. En daar voel ik de stress al opkomen.Ā
Ik overzie eerlijk gezegd nu al niet hoe ik voorkom dat we in de zomer veel te veel eten hebben en de rest van de maanden bijna niks, maar ook waar ik al die zaailingen kwijt moet zolang ze nog niet naar buiten kunnen, waar ik de tijd vandaan haal om de plantjes buiten af te harden, hoe ik onthoud wat iedere plant wanneer nodig heeft, wanneer ik teveel of te weinig water geef en hoe ik al dat eetbaars lang genoeg kan bewaren en waar dan⦠Help!Ā
Ze zeggen dat moestuinieren ontspanning biedt. Maar ik heb er nu al stress van.Ā
Heb ik al verteld dat sommige zaailingen in de vensterbank last van omvalziekte hebben? Of door een slak worden opgepeuzeld voordat ze uit de kiemblaadjes zijn gegroeid? Ik heb zelf ook een beetje last van omvalziekte. En dan moet het harde werken nog beginnen.
Moestuinieren is een kwestie van omvallen en weer doorgaan. Een soort van luctor et emergo. Lichtpuntje: de eerste tuinbonen steken voorzichtig hun kop boven de grond. Ik houd het glas van de koude bak er nog wel even boven, want anders eten de vogels die frummels op. Het gevaar is overal.
En dan is er onlangs ook nog een wolf gesignaleerd.
*

Vandaag 300 gram oesterzwammen geoogst. Gewoon met een herdersmesje van de emmer losgesneden. Zulke prachtige trosjes! Ik verbaas me erover dat het is gelukt. Voor de tweede keer nog wel.
Een paar maanden geleden liet ik mycelium bezorgen van witte en gele oesterzwam. Die heb ik over twee zelf geprepareerde emmers verdeeld - nieuwe kant-en-klare emmers met gaten kopen vond ik zonde van het geld, van de verzending en het materiaal. Ons bin zuunig, eeh?
Ik pakte de dikke plak mycelium uit de verpakking, verbrokkelde deze, legde de zwamvlokken op de bodem en gooide er wat koffiedik over. Dat herhaalde ik om de paar dagen en na een week of zes was de emmer vol met prut en mycelium. Er zat nog steeds leven in: nieuwe witte draden begonnen zich te verdikken tot een witte klont.
Vanaf dat moment keek ik twee keer per dag of er al iets champignonnerigs uit de ronde gaten in het deksel wilde groeien.
Net toen ik aan mezelf wilde toegeven dat ik waarschijnlijk toch niet hygiƫnisch genoeg had gewerkt, waardoor ik waarschijnlijk de verkeerde schimmels aan het voeden was, en dat het waarschijnlijk toch te moeilijk was voor een leek, zag ik de eerste minipaddenstoeltjes verschijnen. Kleiner dan een speldenknop. Superschattig zijn die. In ƩƩn week explodeerden ze tot een volwassen tros eetbare zwammen. De gele exemplaren hadden meer tijd nodig om tot wasdom te komen. Maar een paar weken later kon ik ook daar een trosje van oogsten. Ik was trots en blij dat het was gelukt.
Toegegeven, ik vond het wel veel moeite voor een beetje oogst. Maar toch de moeite waard om ermee door te willen gaan. Oesterzwammen zijn een fantastische vleesvervanger, qua smaakbeleving, dus daar wilde ik wel meer van. En koffiedrab hebben we iedere dag. Dus nu kwam de volgende stap. Zou het lukken om door te kweken tot een tweede ronde? En daarnaast: zou ik kunnen opschalen? Ik schepte de bovenste laag mycelium uit de emmer, scheurde deze in stukken en verdeelde die over twee kweekemmers. De onderste laag prut en zwamvlok heb ik op de composthoop gegooid. Hetzelfde deed ik met de gele zwammen.
Helaas begon in de emmer van de gele zwammen al snel een groene schimmel te groeien die er hetzelfde uitzag als de soort die weleens op een vergeten kliekje in de koelkast verschijnt, dus dat leek mij niet de richting die het uit moest. Uit de tweede gele zwammenemmer komen af en toe vliegjes en ook dat geeft me geen smakelijk gevoel. Toch heb ik de moed van deze emmer nog niet helemaal opgegeven.Ā
En ineens is het weer oogstdag! Vandaag heb ik een maaltijd gemaakt met 300 gram zelfgekweekte zwammen. Het blijft een beetje vreemd om iets wat op koffieprut groeit, in een plastic emmer, in onze eigen badkamer (dat blijkt een hele goede plek voor deze schepsels!), in je mond te stoppen. Blijkbaar ben ik zo vervreemd van de natuur dat ik iets moet overwinnen om te vertrouwen dat hetgeen onder mijn ogen tot iets eetbaars groeit, feitelijk hetzelfde is als ik in een plastic bakje in de supermarkt koop.Ā
Op naar ronde drie.
*
De Grijze Dame, Monsieur Sympa en de twee kleine kipjes mogen het laatste lichte uurtje van de dag even de ren uit. Hiermee minimaliseren we de schade aan bloemen en eetbare planten en geven we ze toch bewegingsvrijheid. De meeste zaailingen voor de moestuinbakken staan nog binnen, in de meterslange vensterbanken van de woonkamer, keuken Ʃn bijkeuken, of onder glas in de boomgaard.
Toch houden we de kippen tijdens het vrije uurtje goed in het spreekwoordelijke vizier, zodat ze niet bij de lekkere plantjes in de border komen. De toomgenoten schrapen om en om met hun sterke poten over het gras en vullen zo hun dieet van droge korrels aan met verse wormpjes, vliegjes en mals gras.
Terwijl ik hen bespied, zie ik hoe onze rode kater Kas de aarde van een lege moestuinbak in de boomgaard omwoelt. Ik ben blij dat ik de knoflook die in november in de bak dichtbij huis de grond in is gegaan meteen heb afgedekt met kippengaas, anders had ik nu geen plantje meer over.
Vanmiddag heb ik naast de knoflook nog wat aardappels gepoot, rucola gezaaid en een rijtje lathyrus in de grond gestopt dat straks mooi tegen mijn zelf gevlochten wilgentenenrek kan opklimmen. In mijn hoofd bloeien deze al weelderig in zachtroze en paars, maar de donkere tuinaarde en het kale rek voor mijn ogen brengen me snel terug in de realiteit.
Om te voorkomen dat viervoeters en vliegers een buffet of toilet maken van deze moestuinbak, knopen E en ik een staketsel van bamboestokken in elkaar. Daar draperen we een zwart net over. Om de uiteinden van het net op de juiste plek te houden, plaatsen we bakstenen op de rand van de bak. Tevreden bekijken we het nettententje. Dit zal de dieren toch wel tegenhouden?Ā
In de andere moestuinbak bij het huis haal ik de spontaan opgekomen narcissen weg, woel de grotendeels verteerde paardenmest nog even goed door de tuinaarde eronder en egaliseer alles met een grindhark. Dan zaai ik twee rijtjes pastinaak. Het schemert en we zijn te moe om nóg een bamboe staketsel te maken. Daarom leg ik het net losjes over het ingezaaide bed. Dat zal toch wel een nachtje goed gaan?
De volgende morgen, nog vóór het eerste kopje koffie, zie ik dat rode kater Kas onder de nettentent is gekropen. Een van de stenen op de rand is verschoven. Hij kijkt me geschrokken aan en probeert zo snel mogelijk weer aan de goede kant van het net te komen. Maar waar was het gat? Met een nagel haakt hij vast. Hij raakt in paniek en ik ren naar buiten om hem te bevrijden. In gedachten zie ik voor me hoe hij zichzelf ophangt in de seconden die ik nodig heb om bij hem te komen. Ik haal een paar stenen van de rand en Kas schiet weg.
Als ik mijn tweede kop koffie maak, valt me pas op dat het net in de andere bak is verschoven. Ik stiefel naar buiten, zie hoe de snoeischaar - die ik als gewicht op de rand had gelegd om het op zān plek te houden - volledig in het net is gedraaid. Het net zelf is rond de mini-abrikoos geknoopt. En ligt daar nu een dode muis in de kluwen draad?
Grommend van woede over mijn eigen gemakzucht van de vorige dag, en ook omdat tuinieren met dieren soms bloedirritant is, haal ik het net uit de knoop, gooi de dode muis naar Kas - die hem vervolgens links laat liggen - en neem mijn verlies. Opnieuw pastinaak zaaien dan maar? Een half uur later zetten E en ik een tweede bamboe staketsel in elkaar, gooien daar een net over en zetten de uiteinden vast met heel veel zware stenen. Dit moet toch echt afdoende zijn.
Ik loop naar de boomgaard en til de ramen van de koude bakken op. De blaadjes van de tuinbonen zijn aangeknabbeld. Vroege luis, witte vlieg of mijt? De eerste spinazieblaadjes van gisteren zijn ook verdwenen. En ik zie mieren in de koude bak van de bietjes. Een snelweg aan mieren. De cursus teleurstellingen incasseren is begonnen.
*
En ineens gaat er weer een nieuwe wereld voor me open. Ik heb een workshop kaas maken geboekt, in de bible belt, op eerste paasdag. E en ik rijden er naartoe, langs linten van boerderijen met goed geschilderde luiken, vers aangeharkt grind en blinkende ramen. In de dorpsstraten is het stil, het is zelfs nog te vroeg voor een kerkgang. Zitten we wel goed? Ik pak mijn telefoon en check in mijn mail de datum van de workshop. Ja, zondag 31 maart, het staat er echt. We parkeren de auto en lopen een particulier terrein op. Voor een tweelaags huis dat bestaat uit vijf aan elkaar geschakelde vijfhoeken, staan vier vrouwen in lange broek. De gastvrouw komt ons lachend tegemoet. De kerk is ver weg.
In een groep van tien gaan we vandaag leren hoe we van biologische melk, karnemelk en vega stremsel een kaasje maken van pakweg 250 gram per persoon. De wei kunnen we meenemen als we dat willen. Dat willen we wel. En het afgietsel dat ontstaat na de tweede verhitting van de wrongel ook. Lekker voor een voetenbadje, krijgen we als tip mee. Als de kaasjes onder de pers staan uit te druppen, neem ik plaats op een houten kruk met schapenvacht, waar we een lunch nuttigen van in een Dutch ovenĀ gefrituurd brooddeeg met kruiden en knoflook - uiteraard op een houtvuurtje verwarmd - met boerenkaas en romige zelfgemaakte courgettesoep.
Ondertussen laat de gastheer zijn kudde fris geschoren Drentse heideschapen naar buiten. Erachter jaagt een puberkoe de kudde op. We leren welke kruiden we kunnen eten uit deze groene weide, als opwarmertje voor een andere workshop die we hier kunnen volgen.
ās Middags gaan we aan de slag met het karnen van room tot boter. De gekarnde melk en de boter gaan ook mee naar huis. We sluiten op de krukjes af met thee van eigen kruiden en zelfgebakken marmercake. De wc-gang is een belevenis op zich: even zelf met de gieter het waterreservoir vullen met opgevangen regenwater svp. En de prachtige, zelfgetimmerde schaapskooien die dienen als even-bukken-bij-binnenkomst-bed & breakfast, maken de middag tot een paradijselijk geheel, samen met het geklok-klok-klok van de kalkoenen en het guitige gestap van de loopeenden.
Een bijzondere ervaring om verschillende zuivelproducten voor het eerst zelf te maken. Met de wrongelsnijder de gestremde melk in stukjes roeren en daarna lekker met de handen de zachte wrongel fijnknijpen. Wat deze dag nog inspirerender maakt, is dat deze een voor mij geheel nieuwe wereld ontsluit. Twee dames in de groep vertellen over de lessen die ze tot nu toe hebben gevolgd om meer zelfvoorzienend te kunnen leven of te āsurvivallenā. De een volgt een opleiding hieromtrent, waarbij ze onder andere drie dagen moet vasten, zodat ze straks ook een paar dagen zal kunnen overleven met de beperkte hoeveelheid voedsel die ze over een paar maanden tijdens een tocht naar Zweden in het bos zal kunnen vinden. Met grote ogen luister ik naar haar verhalen.
Drie dagen vasten lijkt mij op zich al de hel, niet iets wat ik vrijwillig zou doen. Daarom vraag ik hoe ze ertoe is gekomen om hiervoor te kiezen. Droogjes vertelt ze dat ze de informatie over de opleiding van tevoren niet goed had gelezen. Dat vind ik sympathiek. De andere dame vertelt over de workshops over het villen en prepareren van wild, zoals haas, everzwijn en hert - of rendier - daar wil ik vanaf wezen. Ik zie al voor me hoe ze met een auto vol everzwijn weer huiswaarts keert of een mes zet in de moeder van Bambi.Ā
Om toch een beetje indruk te kunnen maken op mijn gesprekspartners, vertel ik over de duif die ik ooit zonder voorkennis heb geplukt, leeggehaald en bereid. En over het kraken van de botjes dat ik daarbij had waargenomen en de weerzin die ik daarbij moest overwinnen. Ik vertel de stoere vrouwen er ook bij dat ik de nacht na mijn eerste duivenborst niet heel goed had geslapen.
Van de vrouwen leer ik dat er een wereld aan cursussen, workshops en opleidingen bestaat om te leren overleven in de natuur of om zelfvoorzienend te kunnen leven. Sinds covid, denkt de een. āVanwege het steriele kantoorlevenā, zegt de ander. Om te preppen, vreest een derde deelnemer van de workshop die ons gesprek opvangt. āOmdat het leuk is om nieuwe dingen te lerenā, roept een vierde. Vanwege de leeftijd, denk ik. Als je ouder wordt, krijgen veel mensen meer oog voor de natuur en het is fijn om je daar meer mee verbonden te voelen. āNee hoor, dat hebben twintigers en dertigers ookā, hoor ik iemand zeggen. Omdat we snakken naar eerlijk en ambachtelijk. Ik knik. Daarom allemaal.Ā
Ik blijf het apart vinden dat commerciĆ«le bedrijven dan meteen in die behoefte voorzien door cursussen aan te bieden om zo natuurlijk mogelijk te leven. Iets vergelijkbaars had ik ook al gemerkt aan de fascinerende verslagen van influencersĀ op youtube, waarin ze laten zien hoe ze een homesteadĀ opbouwen of verwaarloosde lappen grond in landen als Portugal of ItaliĆ« tot een idyllische woonplek of een communityĀ omturnen. Die vloggers vragen zonder schroom om donaties om hun project mede te financieren. Ik kijk er met honderdduizenden anderen met veel genoegen naar. We zijn wonderlijke wezens.Ā
Maar bovenal heb ik een geweldige dag gehad. Het is heerlijk om met een groep mensen iets nieuws te leren, om samen iets te maken, om uit te wisselen hoe kaas ooit is ontstaan, om samen rond een kampvuur te eten en daar de tijd voor te nemen, om meer mensen te ontmoeten die op zoek zijn naar een eenvoudiger leven met meer ambachtelijkheid.Ā
E en ik rijden geĆÆnspireerd terug naar huis. āWij kunnen zelf ook meer doen op ons terreinā, zegt hij. Ik knik en denk meteen aan het fors uitbreiden van de moestuin, aan de aanschaf van een grote glazen kas en het kleien van een pizza oven. āVaker een vuurtje makenā, zegt E. āEen tarp ophangen.ā En meer mensen om me heen, denk ik erbij. Want het samenzijn in een groep onbekenden was lang geleden en had voor mij iets magisch, als een ritueel.
De volgende dag bak ik pannenkoeken met wei (en met eieren van eigen kippen) en maak drie eetlepels ricotta van de rest van de wei. Echt lollig dat je met een paar liter melk zoveel lekkere dingen tevoorschijn kunt toveren. En dat daar een workshop voor is. Ik hap in een pannenkoek met maple syrup, denk aan drie dagen vasten en neem er nog maar eentje. Je kunt beter maar voorbereid zijn.
*
Zoveel mogelijk zelfvoorzienend leven betekent voor mij ook geld verdienen met je eigen landje. In ons geval komt dat neer op het verhuren van twee vakantiehuisjes: een zelfgebouwde pipowagen en een vakantiehuis uit drie delen. Wie nog nooit een huisje heeft verhuurd aan toeristen, staat er waarschijnlijk niet bij stil wat er zoal bij komt kijken.
Iedere keer als ik zie wat de gasten moeten afrekenen voor een verblijf bij ons, verbaas ik me over de hoogte van het bedrag. Maar onderaan de streep blijft er echt niet zoveel over. Voor een vijfsterrenstatus op de boekingssite moet alles tot in de puntjes verzorgd zijn. En die hoge ranking heb je nodig, anders blijven de huisjes leeg.Ā
Het is half maart. Zes wintermaanden hebben we de vakantiehuisjes niet verhuurd omdat de stookkosten in die periode te hoog zijn. Ik open het vrijstaande huisje en zet mijn emmertje sop binnen. De spinnen hebben tientallen poepjes laten vallen. Ik was de gordijnen en de hoesjes van de stoelkussens, zuig, ragebol, poets en dweil, en haal het onkruid tussen de tegels van het paadje naar de deur. Ik plant viooltjes in de plantenbak, draag twee manden met schoon wasgoed van ons huis naar het vakantiehuisje, maak de bedden op en zeem de ramen. Ook alle keukenspullen en laden krijgen een beurt.
E heeft de planken van de gepotdekselde huisjes in de afgelopen maanden opnieuw gezwart. En in de afgelopen weken heb ik de planten verplaatst die binnen hebben overwinterd en heb ik de trap van de pipowagen die we naar binnen hadden gesjouwd, opnieuw wit geschilderd. E monteert de trap terug aan het romantische huisje op wielen, sluit de waterleiding weer aan en legt de vloer waar de technische installatie in zit dicht. De ruimte onder de pipowagen moet de hele winter antivries worden verwarmd en dat kost minder stroom met het luik open en de elektrische kachel aan.
Tegen het einde van de schoonmaakronde schiet Moederpoes stiekem naar binnen. Modderpootjes op de witte hoes van de fauteuil. Zucht. Wist je dat kamermeisjes gemiddeld zestien tot achttien minuten per hotelkamer krijgen voor de schoonmaak? Daar kan ik met mijn pet niet bij. Een paar dagen zijn we bezig om alles weer netjes op orde te krijgen. De eerste boekingen zijn binnen dus dat motiveert. En als ik dan zo bezig ben, bekijk ik met trots en voldoening naar wat E en ik allemaal zelf hebben gebouwd. De vakantiehuisjes als gematerialiseerde liefde. Laat de gasten maar komen.
-
āDan moet je zeker heel anders gaan eten, als je zelfvoorzienend wilt leven?ā, vraagt een vriendin. Ik kijk haar geschrokken aan. We wandelen langs de vijver in het park, op een van de eerste zonnige lentedagen van dit jaar. Een eend snatert het uit. Moet ik anders gaan eten? Nee, toch? Als ik een uur later weer thuis kom, eet ik van de schrik maar eens een pak chocolate chip cookies.
De vraag van de vriendin spookt de volgende ochtend nog rond in mijn hoofd.Ā Anders eten?Ā Ik laat mijn ogen hunkerend over mijn zaailingen gaan. Gele afrikaantjes? Kan ik niet eten. De kiemblaadjes van de broccoli? Snel op. De blijmoedig naar boven gerichte armpjes van de tomatenplantjes? Nog geen cherrybolletje aan te zien. De emmertjes met oesterzwam mycelium die twee weken geleden een derde groeironde ingingen, heb ik vandaag boven de composthoop geleegd omdat er ineens wel erg veel fruitvliegjes in de badkamer rondvlogen.Ā
Ik maak maar eens een boterham met kaas. Van de acht slaplantjes in de vensterbank pluk ik vier tere blaadjes. Ik lach vriendelijk naar ze en zet er dan mijn tanden in.
Anders eten? Mijn ogen glijden over de fruitmand met banaan en mandarijn op de keukentafel en het potje peterselie uit de supermarkt op het aanrecht. Veel grotere blaadjes dan mijn zaailingen hebben. Zucht. Lekkere kaas. Lekker brood.Ā
Anders eten? Vooral bijna niets eten, als de regel is dat het uit mijn eigen tuin moet komen. Morgen een dieet van drie blaadjes pluksla. Ik ga maar eens met de auto naar de supermarkt.
*
Wat heb ik toch? Het lijkt wel of ik al weken onder water leef. Als ik op mijn voorhoofd tik alsof ik niet helemaal goed snik ben, voel ik boven mijn wenkbrauw een lichte āauā. Ik denk aan een voorhoofdsholte-ontsteking, maar die zet in de weken erna niet door. De laatste weken is eten en drinken gereduceerd tot structuur en temperatuur in plaats van proeven en genieten.
Ik probeer te analyseren of er een patroon schuilt achter de onderwaterervaring. Als ik naar het theater ga, voel ik me beter. En ook als ik bij vrienden in de stad ben. Zit het tussen de oren? Wil ik gewoon weer terug naar de bebouwde kom?Ā
Een paar dagen observeer ik mijn gedrag. Waarneming op dag 1: kort na het opstaan het gevoel dat ik griep krijg: ik ga dieper onder water, heb hoofdpijn, voel me licht misselijk en ook koortsig. Als ik in de stad ben of even boodschappen ga doen, wordt het onderwatergevoel minder.Ā
Dag 2: in de slaapkamer heb ik iets minder last van klachten dan in de keuken. In de woonkamer voel ik me het meest beroerd. Ik koop voor het eerst in mijn leven pilletjes tegen hooikoorts. Misschien is het daar mee gefixt? Als ik ās avonds in een cursusgebouw zit in de stad, krijg ik meer lucht en verdwijnt het benauwde gevoel na een uur of anderhalf.
Dag 3: Er gaat me een lichtje op. De vensterbanken en de helft van de vloer in de woonkamer staan vol met zaailingen: tomatenplantjes, pluksla, uien, basilicum, veldsla, bleekselderij, cayennepeper⦠Ineens weet ik het: het zijn de zaailingen! Nu ik dat vermoed, moeten die plantjes de deur uit. En meteen! Kan me niet schelen of ze het buiten gaan overleven of niet. Ik wil mijn adem, fitte gevoel en vrije neus terug.Ā
E en ik pakken de tientallen kweekpotjes op en plaatsen ze in deĀ muurkasĀ en in de koude bakken. Het past allemaal nog net tussen de opkomende aardappelplanten en de tuinbonen. De jongste zaailingen laten we staan want mijn moedergroene hart kan het niet aan om ze al in moeilijke omstandigheden te plaatsen nu ze nog een babyātje zijn.Ā
Als een gek stofzuigen we de woonkamer en nemen we de vensterbanken af.
Dag 4: het gaat nog niet echt veel beter. De woonkamer geeft nog altijd de meeste klachten. Tijdens een autorit zoekt E op waar je bij hooikoorts nog meer last van kunt hebben. Yuccaās! Daar hebben we er vijf van. Zou dat het dan zijn? Thuis gekomen verplaatsen we ze meteen.
Dag 6: De hevigste klachten zijn weg als ik nu in de woonkamer zit. Ik wist niet dat je van hooikoorts zo beroerd kon zijn. Gelukkig heb ik weer wat meer lucht. Gaat dit ooit weer over? Hoe moet het met mijn zelfvoorzienende leven als ik dagelijks zoveel last heb van al dat opgroeiende spul? Moet ik er al mee stoppen terwijl ik nog maar net van start ben gegaan? Moet ik naar zee verhuizen? Ik vind het niet eerlijk: ben ik zo goed voor de plantjes, krijg ik er dit voor terug.
*
De afgelopen dagen heb ik van acht uur ās morgens tot vijf uur ās middags in de tuin gewerkt. Naast het dagelijkse water geven, onkruid wieden, verspenen, potjes vullen, zaaien en oogsten (pluksla, rucola, handje kersen, koriander, bloedzuring, bieslook), heb ik de oude houtopslag leeggehaald. Die heeft E acht jaar geleden met gevonden pallethout in elkaar geknoopt en geschroefd.
Het verse stookhout voor de kachel droogde hier goed omdat de wind er mooi doorheen kon blazen. Maar een pareltje voor het oog was het niet, zo aan de rand van de boomgaard en de dijk. Zeker de laatste maanden niet. Tijdens een storm was een deel van de groene sneldekkers in stukken gebroken. En het hout van de pallets had zijn beste tijd gehad.
Afgelopen winter hebben we een houten tuinhuisje opgehaald, tien kilometer verderop, gratis uiteraard. Wel zelf te slopen. Dat kostte ons drie dagen werk, maar dan heb je wel een mooi voorraadje bouwhout, shingles, ramen en een dubbele deur. Van de latten heeft E een nieuwe houtopslag gemaakt, die hij stijlvol zwart heeft geschilderd. Het stookhout dat we nog over hadden na een winter hoogrendementskachel branden, heb ik met de kruiwagen daarnaartoe gereden.
Onder in de oude opslag liggen half verteerde pallets. Die wil ik verzagen met de cirkelzaag. Dat gaat best goed, ondanks het botte blad dat erop zit. Halverwege het werk houd ik even pauze, de leren werkhandschoenen leg ik op de opklapbare werkbank. Even met de pootjes omhoog in de luie stoel en een kop warme koffie. Stijf sta ik na een kwartiertje weer op.
Buiten trek ik de linkerhandschoen aan en ineens voel ik een steek. Au! Wat is dit? Een scherp flintertje glas? Ik voel het weer. Als een raket haal ik mijn hand uit het leer. Wat een gemene pijn! Die ken ik niet. Ik kijk naar mijn duim. Niets te zien. Voorzichtig kijk ik in het duimgat van de handschoen. Een bij! Nee, een hommel! Wat een joekel. En wat een rotgevoel. Au! Na een paar minuten trekt de felle pijn weg. Ik denk dat ik geluk heb, dat ik op tijd mijn duim heb weggetrokken. E keert de werkhandschoen binnenstebuiten. De hommel valt dood op het gras.
Ik zaag de rest van de pallets in stukjes. Uit het vlak donkere aarde dat eronder vandaan komt, hark ik de laatste, halfverteerde, stukken hout. Ik pak mijn voorraadbus met zaadjes uit de bijkeuken en strooi alle bloemzaadjes die we hebben, op het lege vlak.
Zonnebloemen, margrieten, goudsbloemen, wilde bloemen mix, bloemenmengsel van een woonwinkel, zakje zaad uit een pluktuin⦠Ik schep wat compost in de kruiwagen, verdeel dit over het vlak en bewater de rechthoek grond. Het lijkt wel een vers graf.
Plotseling schiet me te binnen dat we onlangs een mooie rouwkaart hebben ontvangen met bloemzaad in het papier verwerkt. Ik zoek deze op en stop de kaart onder een laagje aarde. Ineens voel ik me volledig opgenomen in de cirkel van het leven: verrot hout, hommel dood, zaadjes zaaien, overlijden kennis, graf, nieuwe bloemen, nieuwe bijen⦠Alles wordt een, een wordt alles.
*
Vandaag eten we een heerlijk driegangenmenu met tien verschillende ingrediƫnten uit eigen tuin. Het kost wat tijd en moeite om op te kweken, maar dan eet je wel verduveld lekker.
Op het menu
Vooraf: pluksla met veenbessen, bosaardbeitjes en bosbessen uit de tuin met balsamico azijn, crema di balsamico en mais uit blik.
Bosaardbeitjes hebben als voordeel dat ze onder een boom groeien, waar verder toch nauwelijks iets wil groeien, dat ze geen verzorging nodig hebben (in tegenstelling tot 'gewone' aardbeien), intens van smaak zijn en er ontzettend schattig uitzien.
Pluksla is groente kweken voor beginners. Snel resultaat en het gƔƔƔƔƔƔt maar door.
Hoofdgerecht: fettuccine met jong chioggia bietenloof en zelfgemaakte pesto van walnoot uit eigen tuin, zelfgekweekte basilicum, peterselie en rucola, een paar druppels citroensap, goede olijfolie, Parmezaanse kaas en een teen knoflook (die van ons is ook bijna klaar voor de oogst). Het bietenloof heb ik drie minuten met de pasta meegekookt. Zalig, dit.
Uiteraard had ik toch teveel chioggia zaailingen in de moestuinbak. Het is beter om de jonge plantjes dan uit te dunnen, zodat de overblijvers lekker kunnen doorgroeien.
Dit loof is door de pasta net zo lekker als spinazie.
Toet: omfietsyoghurt van de boerderij (uit de vending machine aldaar) met zelfgemaakte kersenjam van vruchten uit eigen boomgaard, gekookt met vanille-extract en een beetje geleisuiker.
Het is een fietstochtje van 15 kilometer naar de zuivelstal, al met al. Een heerlijk ommetje. Halverwege staat de vending machine met romige yoghurt, hangop, heerlijke vanillevla met klontjes (onvergelijkbaar met die van de supermarkt), ijs van de lokale ijssalon, kaas, zelftapmelk, eieren... Wij zijn vaste klant.
Kortom, het was een koningsmaal vandaag. Wat een rijkdom, zoveel heerlijke verse producten van eigen land. En dan daarna even uitrusten van al dat lekkers.
*
āJullie hoeven straks zeker nooit meer naar de supermarkt?ā vraagt de Buurman Met Het Kleine Hartje in maart. Zijn ogen twinkelen en hij schatert het uit. Hij zegt het op het moment dat E en ik dagen bezig zijn geweest met het aanleggen van moestuinbakken. In mijn hoofd gaan door de vermoeidheid wel eens gedachten rond als: zou al dit werk zich ooit uitbetalen in voldoende en dagelijkse porties lekkere groenten?
Ik kijk wat bedremmeld, bedenk wat ik hem kan antwoorden, maar kom niet verder dan een grijns van een moestuinboerin met kiespijn. We drinken nog een koffie met zān drieĆ«n en dan gaat hij weer eens op huis aan. We zijn in maart inderdaad nog ver verwijderd van een zelfvoorzienend leven.
Een paar weken later is hij er weer, net als een andere buurman. āWist jij al dat zij nooit meer naar de supermarkt gaan?ā zegt Buurman Hartje tegen de tweede. Hij wijst daarbij naar E en mij. De tweede buurman reageert nauwelijks, hij heeft zelf een grote moestuin. De eerste portie sla uit eigen tuin hebben we op dat moment net achter de kiezen, dus dit keer denk ik: laat maar praten. Ik geniet van ieder geoogst blaadje en van het vooruitzicht op de oogst die nog gaat komen. Maar veel meer dan sla hebben we nog niet uit de tuin gegeten dus ik vraag me nog steeds weleens af of het de moeite waard is, al dat zaaien, verspenen, bewateren, netten spannen, onkruid verwijderen en slakken plukken.
Gisteren waren wij bij Buurman Hartje op bezoek, geen koffie maar bier dit keer. āJe gaat zeker nooit meer naar de supermarkt?ā vraagt hij. Een grote grijns verschijnt op zijn gezicht. Ik val weer stil. Hij geeft me een vriendelijke por. āGeintje, joh.ā Ik kijk hem aan, voel hoe het bier naar mijn hoofd stijgt en schiet ook in de lach. āNee, nooit meer, eigenlijk,ā lieg ik. Ik denk terug aan alle overheerlijke maaltijden van de afgelopen weken. Het klopt dat we nog steeds naar de winkel moeten. Maar oh, wat maken die zelfgekweekte groenten, fruitsoorten en kruiden het iedere keer weer feestelijk op het bord. Daarbij verbleken alle uren voorbereiding en onderhoud; de groenten zijn knapperiger, verser en smaakvoller dan uit de winkel. Dus laat Buurman Hartje maar met zijn geintje.
-
Eten we vandaag alweer sla? Ja! Dit keer met wat venkelloof, bosaardbeitjes, gele en rode framboos, pluksla, bloedzuring, rucola, walnoot, peterselie en een dressing van balsamico azijn en olijfolie. Alleen de laatste twee ingrediƫnten komen uit de winkel.
Ik serveer er een hartige taart bij van twee kleuren snijbiet - niet te verwarren met een quiche: deze heeft een bodem van zanddeeg, een hartige taart begint met bladerdeeg, zo schijnt, voor wie het weten wil.Ā
Snijbiet is een nieuwe groente voor me. Ik twijfelde of ik deze zou zaaien. Maar Tweede Zus keek een paar maanden geleden zo gelukzalig bij het woord āsnijbietā toen we het hadden over mijn plantschema, dat ik alle zaadjes die ik van een vriendin kreeg, in ƩƩn keer over de moestuinbak heb uitgestrooid. Tweede Zus kan erg goed koken en is net als ik dol op groenten, vandaar dat ik haar mening hoog acht. En zie, een aantal weken later is het een en al sappig groen blad in de bak.Ā
Voor hetĀ receptĀ van de taart heb ik 750 gram snijbiet nodig. Dat is best veel. Ik denk aan de grote zakken spinazie bij de supermarkt. Die bevatten 450 gram. Blaadje voor blaadje oogst ik twee beslagkommen vol. Daarnaast gaat er volgens het recept gedroogde tijm door. Ik heb een beetje tijm uit zaadjes kunnen laten opkomen dus dat gaat er ook in. Vers is nog lekkerder, toch? De eieren met knalgele dooiers die in de taart gaan, zijn gelegd door onze eigen kippen. De rest haal ik bij de supermarkt. Man, man, man, wat is dat een lekkere maaltijd geworden. Op deze momenten ben ik dolgelukkig met mijn keuze om zo veel mogelijk uit eigen tuin te eten.
Die hartige taart van snijbiet is zó lekker, dat ik die in twee weken tijd al drie keer heb gemaakt.
*
Net als gisteren, eergisteren en twee weken geleden, pak ik vandaag rond half elf ās ochtends een grote kom uit de keukenla. Ik leg er een schaar en een scherp mesje in, stap in mijn gele klompen en loop de tuin in. Wat kan ik vandaag plukken voor de lunch? In mijn enthousiasme heb ik vorige week te veel pluksla weggegeven, waardoor ik nu zelf even zonder zit.
Wat nu? Een van de zomerandijvie stronken heeft een paar grote bladeren. Die kan ik afsnijden. Samen met een paar ielige rucolaplantjes die ik met wortel en al uit de grond trek, een takje venkelloof, twee stuks rettich en de eerste rode bieten en blauwe pruimen, hebben E en ik genoeg te kauwen voor de lunch. De gehakte peterselie, bieslook, frambozen, zwarte bessen, bosaardbeitjes en een handje walnoten van vorig jaar maken de salade af.Ā
Als ik zo rondloop met mijn plukgerei onder de arm, een zonnehoed op, in de te grote beige tuinbroek van mijn vader en met gele klompen aan, voel ik me als uit een tuintijdschrift gestapt. Ik hang dan in een denkbeeldige drone boven mezelf en zie het plaatje van het perfecte buitenleven, met hetzelfde (zelf)voldane gevoel als van de paginaās in de bladen afspat.
Alleen ben ik een jaar of vijfentwintig ouder dan de meeste moestuiniers in de bladen en niet zo knap. Daarnaast vind je in mijn tuin geen keurige rijtjes, romantische rieten mand of uitgekiend plantschema. Ik zaai gewoon zoveel mogelijk tegelijk, door Ʃn achter elkaar en ik leg de oogst in een plastic keukenkom.
De aardappels zijn nog maar net geoogst, als ik het zaad van Chinese boontjes op de door hen verlaten plek in de grond stop. In een andere verhoogde bak die is vrijgekomen voor een tweede ronde, zet ik zelf opgekweekte knolselderijplantjes.
In een hoekje van de bak zaai ik nog maar eens wat rucola en een tweede ronde aan radijsjes. De eerste radijsplantjes heb ik per ongeluk samen met de aardappels gerooid. Een leeg stukkie grond kan ik niet lang aanzien. Als ik er met mijn handen door woel, voelt de aarde vettig vruchtbaar. Daar zit nog genoeg voedingsstof in.
Het oogsten van aardappels vind ik tot nu toe het allerleukste wat er in de tuin te doen is. Ik steek mijn handen in de zwarte aarde en graaf voorzichtig de gouden schatten op. Ik vind krieltjes, en aardappels zo groot als een vuist. De oogst blijft maar doorgaan. Tien, twaalf aardappels per plant.
Onwaarschijnlijk dat een in de voorraadkast uitgelopen krielaardappel uit de goedkoopste supermarkt, die ik in maart in de grond heb gestopt, na een paar maanden zoveel smakelijke nakomelingen produceert. We eten gebakken krieltjes, gekookte aardappels, en ik maak voor het eerst zelf gnocchi. Met een pesto variant van eigen basilicum, knoflook en walnoten en snijbiet.
De opbrengst uit de moestuin is eind juni al best groot. En we zijn nog niet eens op de helft van het oogstseizoen. Ik zou eigenlijk willen weten hoeveel kilo groenten, kruiden en fruit er dit jaar precies uit de tuin komt, hoe vaak we ervan kunnen eten. Jammer dat ik dat niet van het begin af aan heb bijgehouden.
Ook zou ik willen becijferen wat we in de winkel bij de kassa kwijt waren geweest als we alles wat we van het land halen, hadden moeten kopen. Ik vind dat ik dan mag rekenen met de prijzen van de biowinkel - waar ik normaal gesproken nooit kom voor het groenvoer, vanwege de prijs - en niet met die van de goedkope supermarkt. We telen immers biologisch. Zou ik op deze manier geld besparen?
*
Twee dagen geleden hoorde ik een lage zoemtoon in de donkere slaapkamer. Niet van een vroege gewone wesp of een zoekende nuttige bij, eerder het geluid van de chinook onder de prikkende insecten, de hoornaar.
De chinook bromt dreigend rond het muskietennet boven ons bed. Ik wil dit niet. Ik pak mijn mobiel, zet de zaklamp aan, leg mijn telefoon in de vensterbank en zet het raam wijd open. Ik maak me uit de voeten en kom na een paar minuten terug. Het is stil.
Vanmorgen vroeg, we zijn net opgestaan. E komt de woonkamer in. Hij loopt me kalm tegemoet en vertelt dat hij net een hoornaar heeft verjaagd en dat de chinook dat beloonde met een steek van zijn angel. Op het voorhoofd van E verschijnt een kleine bult. āDoet het pijn?ā vraag ik.
Ik zet een kopje troost, smeer twee boterhammen en overhandig E zijn ontbijt. De bult heeft zich uitgebreid. Binnen een half uur zit zijn linkeroog dicht. We stappen in de auto en staan om vijf voor acht als eerste klanten voor de schuifdeuren van de apotheek. āO jeeā, zegt de jonge assistente. Ze begrijpt meteen wat we nodig hebben.
Na een uur is ook Eās wang dik, ondanks het eerste pilletje. Ik herken hem niet meer, van de linkerkant gezien. De hele dag schrik ik een beetje als ik hem zie. Meteen daarna probeer ik extra lief te kijken.
Gisteren was ik zelf wakker geworden met een dichtgeplakt linkeroog, gevolg van een ordinaire oogontsteking. We houden competitie: wie ziet er het meest vervormd uit vandaag? E wint. Met afstand. Zo zielig.
*
Is het beginnersgeluk? Het kikkergesmak? Zijn het de inspanningen van E? Of de verhoogde moestuinbakken? Ik weet niet hoe het komt, maar E en ik hebben weinig slakken in de tuin.
Terwijl de ervaren moestuinierders verderop in ons buurtschapje dagelijks óver de honderd slakken plukken, is ons record dit jaar acht stuks. Alles groeit goed, slechts een enkel jonge plantje wordt ās nachts tot een kaal kort stokje geslakt. De landelijke plaag is dit jaar zelfs prime timeĀ op het journaal geweest. En elke tuineigenaar begint er deze zomer wel een keer over tegen me.
Al sinds het voorjaar houden de kikkers ons kwakend uit de slaap. De sloot bevindt zich onder ons slaapkamerraam en dat staat altijd open voor de frisse buitenlucht. En kikkers eten naaktslakken, dus wie weet moeten we de groene prinsjes dankbaar zijn voor hun onophoudelijke, bronstige geluiden. Ik hoop dat ze er ook in het flirten veel succes mee hebben behaald.
De moestuinbakken die E en ik in de winter hebben gemaakt, zijn iets verhoogd, zoān dertig centimeter vanaf de grond. We hebben straatstenen gestapeld tot een vierkant van muurtjes en daarin hebben we kruiwagens compost en half verteerde paardenmest vol krioelende wormen geschept. Die hebben daarna een paar maanden kunnen dooreten. Misschien hebben de slakken nog geen tijd gehad om eitjes te leggen in deze nieuwe vruchtbare bodem en vinden we daarom zo weinig slijmdieren?
We hebben ook weleens een egel gevonden in de composthoop. Terwijl we de groenresten aan het omscheppen waren - want dat schijnt een goed idee te zijn om de compostering te bevorderen - maakten we het stekeldiertje wakker uit zijn winterslaap. Als ik het egeltje was geweest, was ik de rest van de koude periode bloedchagrijnig geweest. Maar hij schuifelde slaapdronken een stukje verder en daar lieten we hem schuldbewust met rust.
Maar misschien, heel misschien, hebben we wel zo weinig slakken omdat E al sinds we hier wonen, en dat is inmiddels acht jaar, iedere zomerdag met een plastic zakje om de hand op zoek ging naar bruine, slijmerige kruipdiertjes met snode plannen. Daar plukken we nu de vruchten, Ʃn vooral, de groenten van. De eerste prijs voor het optimaliseren van het gelukkige moestuinleven gaat naar E, Koning Slakkenjager De Eerste Uit WbW.
*
Topdag in de tuin en op tafel. Tegen twaalven ben ik begonnen met het verzamelen van ingrediënten voor de lunchsalade. Van de buurman heb ik gisteren een venkelknol gekregen met het loof er nog aan. Ik ben er dol op. De knol snijd ik in dunne plakjes. Samen met twee fijngehakte takjes van het loof gaan die in een slakom. Daarbovenop komen de eerste tomaatjes van eigen kweek. Van hun looks moeten deze het niet hebben: ze zijn roodbruin en vlekkerig, maar zacht en smakelijk. Negen stuks heb ik kunnen plukken. Een klein wonder na die natte maanden in de open lucht.
Wat zal ik nog meer door de sla doen? Een paar blaadjes zomerandijvie, een bosje veldsla, wat peterselie en een geraspte rettich. Ziet er gezond en knapperig uit. Om wat meer variatie in smaak toe te voegen, roer ik er nog een beetje ingekookte pruimenmoes door, samen met een honing-mosterddressing.
De avondmaaltijd is een kliek van de vorige dag - überlekkere linzendahl met abrikozen met een beetje yoghurt en citroensap - afgetopt met een beetje koriander uit eigen tuin. Toe: yoghurt en boerenvanillevla met klontjes en moerbeien uit eigen boomgaard. Moerbeien hebben een heel eigen smaak en structuur. Sappig, zurig, knapperig: mjammie. Tijdens het plukken moet je wel enorm oppassen met je kleding: de sapvlekken schijn je er niet meer uit te krijgen. Wij plukken in ons werkkloffie.
In de avonduren heb ik gelukkig nog wat energie om een ander deel van de oogst te verwerken. Ik wrik negen pastinaken uit de grond en maak daar drie liter soep van. Het is een eenvoudig recept met enkel bouillon en eigen peterselie, even koken, pureren, en klaar. Om de soep te kunnen invriezen, gebruik ik de plastic verpakkingen van broodsmeersels als hummus. Past precies ƩƩn portie in.
Daarna haal ik - toevallig ook negen - chioggia bieten uit de grond en geef de schapen het loof. Het is alsof ze nog nooit zoiets lekkers hebben gegeten, zo gulzig zijn ze. Ik kook de bieten met een beetje zoet, zuur en zout en laat ze afkoelen voor een volgend feestmaal.
En zo gaat het al een paar weken. Volop lekkers voor tussen de middag en voor ās avonds.
Het is onwaarschijnlijk, zoveel als de natuur geeft. Zelfs als er een groep mensen komt eten, kan ik hen een driegangenmaaltijd met ingrediënten uit de tuin voorzetten. En vergeet niet die pruimencakes die ik nog warm uit de oven kan serveren. Gelukkig staat er nog heel veel in de moestuin en gaat dit feest nog even door. Vanavond weer zeven kleine plukslaplantjes in een van de verhoogde bakken gezet. Ze zijn wel erg klein, maar meer ruimte kan ze ook een boost geven. Ik verheug me er al weer op, op die lekkere groene blaadjes.
*
Het is een rommeltje in de tuin. De manshoge stengels van de aardpeer hangen zijwindscheef, de bovenste bladeren van de tomatenplanten zien krakerig bruin en de zaaddozen van de lupines confronteren me met de intrede van de herfst. Daarnaast moet het gras nodig gemaaid, het grind geharkt, uitgebloeide bloemen verwijderd en...
Ik heb een paar weken weinig tijd gehad voor de tuin dus nu is het aanpoten. Gelukkig is het oogsttijd. En hoe! Wekenlang pluk ik al cherrytomaatjes. Voor in de salade of geroosterd bij pasta of op de plaattaart. Vandaag haal ik de laatste tomaten eraf en rooi de planten.Ā
Voor het eerst bekijk ik de cayennepeperplantjes eens goed. Ook die haal ik leeg. Waar ik vorig jaar een schamele negen pepertjes oogstte, haal ik nu voor de komende 26 jaar aan pepertjes uit de tuin. Ik rijg slingers om ze te drogen. Die hang ik voor het raam. Gedroogd kan ik de peper twee jaar bewaren. Buren en bezoek geef ik met zachte dwang een zakje pepertjes mee want die 26 jaar blijven ze natuurlijk niet goed.
E komt aanlopen met de eerste vier kweeperen uit onze nieuwe fruitboom. Daar moet ik ook nog iets mee. Maar eerst even samen twee emmers Gieser Wildeman stoofperen bereiden, in porties verdelen en invriezen. En anderhalve emmer appels tot moes stampen en in glazen potjes stoppen.
De Chinese boontjes zitten al in 2-persoonsporties in de diepvries, net als de kruiwagen aan boerenkoolbladeren die we hebben kunnen redden van de vraatzuchtige maar o zo schattige rupsen van het kleine koolwitje. Twee grote koolrabiās hebben we tijdig kunnen oogsten. Die had ik als babyplantjes gekregen van een vriendin.
Het zou kunnen dat we in de afgelopen zeven dagen een gehakte rups of twee hebben verorberd. Want naast de spruitjes, de groene, de boeren- en de palmkool is dit legioen van spekkig kruipsel nu ook aan de rucola begonnen. En daar hebben we best wat van gegeten.
EƩn aardpeerplant van de twee heb ik geoogst. Onder de lange, stevige stengel groeide een stuk of twintig vruchten. Ik zie er een beetje tegenop om ze te bereiden omdat ze de naam hebben flatulentie op te wekken. Misschien iets maken in combinatie met venkel? Binnen een week moet ik er iets mee.
De mais haal ik er ook maar uit. Een paar weken geleden waren de dunne stengels omgewaaid, waardoor ik vreesde dat de kolven niet tot volledige wasdom zouden komen. Ik ruk de planten uit de grond, geef ze aan de schapen die gretig de groene bladeren tussen de lippen nemen, en gooi de elf kolven in een emmer.
E plant ondertussen de drie uit zaad opgekweekte rabarberplantjes langs de slootkant. Ik hoop dat een van de drie over twee jaar de eerste stengels zal opleveren. Achter me hoor ik de motor van de maaier en daarna de elektrische heggenschaar.
ās Avonds eten we weer overheerlijk: in rode wijn gestoofde onbespoten stoofperen met kaneel en kruidnagel, met een sappige gekookte maiskolf, vers van het land, Chinese sperzieboontjes met een blokje zachte blauwe kaas en gebakken krieltjes uit eigen tuin. Hallelujah, amen. Ik verklaar dit moestuinseizoen, ondanks het leger aan rupsen, voor geslaagd.
*
Omdat het eten uit de tuin 2024 tot een geweldig lekker jaar heeft gemaakt, heb ik even op een rij gezet wat we zoal uit de tuin hadden dit jaar. Wat waarschijnlijk nietĀ terugkomt volgend jaar is in cursieve letter afgebeeld. Waar ik meer van wil, is onderstreept.
Nu ik zo achter elkaar heb gezet, zie ik pas hoeveel het is. In het afgelopen jaar hebben we dan ook veel minder boodschappen gedaan dan daarvoor. Een moestuin is veel werk, maar het levert heerlijke maaltijden op en een gezonde dosis beweging. En veel geluksmomenten!
Groente
Tuinbonen
Rucola
Pluksla
Wortel
Aardappel
Aardpeer
Boerenkool
Koolrabi
Snijbiet
Rode biet
Chioggia biet
Pastinaak
Knolselderij
Chinese boontjes
Kerstomaten
Rettich
Prei
Andijvie
Pompoen
Courgettes
Mais
Radijs
Fruit
Vijgen
Pruimen (5 soorten)
Appels (4 soorten)
Peren
Stoofperen
Moerbei
Kweepeer
Gele framboos
Rode framboos
Zwarte bes
Rode bes/Aalbes
Kruisbes
Cranberries (weet ik niet meer zeker)
Appelbes
Kersen
Kruiden
Peterselie
Bieslook
Tijm
Basilicum
Maggiplant
Knoflook
Honderden cayennepepers (genoeg voorraad voor een paar jaar)
Bloemen
Zonnebloemen (volgend jaar rond de pipowagen?)
Gele en oranje afrikaantjes
Juffertje in het groen
Lupines
Noten
Walnoten van eigen boom en geraapt in de buurt
Mislukt vanwege rupsenplaag of om een andere reden
Spruiten
Groene kool
Spinazie (wilde tot drie keer toe nauwelijks opkomen)
Geplant maar nog geen vruchten
Kaki
Abrikoos
Gekregen van de buren
Boontjes
Hazelnoten
Pompoen
Maanden achtereen hebben we uit de tuin kunnen eten. Een indrukwekkende lijst. Niet gek dat ik het af en toe een beetje veel werk vond...
De winter van 2024-2025 wil ik gebruiken om het moestuingedeelte praktischer en mooier maken. Genoeg te doen dus weer.
En mocht ik toch ergens een mooie kas op de kop kunnen tikken, dan wil ik volgend seizoen ook graag grotere tomaten en paprika's kweken. Oftewel: heeft iemand nog een tuinkas over?
Ik maak alvast een bestellijst voor volgend jaar. Gelukkig heb ik nog veel zaden over van vorig jaar. En ik heb zelf (bloem)zaden geoogst. Het boodschappenlijstje is kort.
November: de knoflook moet nodig de grond in! Maar eerst de laatste groenten oogsten (snijbiet, prei, pastinaak, wortel, andijvie) en het land bemesten met half verteerde paardenmest en compost uit eigen tuin.
Lees ook wat er aan vooraf is gegaan in het boek 'Ik vertrek naar het platteland'.
Opmerkingen