Dichtbij
- Margreet Feenstra
- 5 dagen geleden
- 1 minuten om te lezen

De achterdeur schraapt tien centimeter sneeuw opzij. Het is stil buiten. Kas en Moederpoes kijken naar me op en lopen met me mee.
Ik open de voorraadbus, vul de gele grootgrutterschep en hoor hoe de harde brokjes tegen de metalen bodem kletteren. Kas is al bij het voer, Moederpoes springt hem na.
Het licht dat uit de boomgaard weerkaatst, brandt in mijn ogen. De appelboom is bedekt met een knalwitte laag. Het gras ook. Mijn rubberen zolen drukken de lucht uit de sneeuw. De kleur verandert van maagdelijk naar bevlekt. Achter me hoor ik brokjes breken tussen poezentanden.
De isolerende stilte van de witte mat doorbreek ik met nieuwe krakende voetstappen. Droge sneeuwvlokken spatten op door mijn passen. Moederpoes haalt me in. Ze tilt haar poten hoog op en danst als een circuspaard door het witte poederland, nauwkeurig mijn voetsporen volgend. De oranjerode poten van Kas zijn verdwenen. Tot zijn buik in de sneeuw stapt hij door het wintertafereel.
Geen warme sokken, geen rubberen zolen en waterdichte schoenen, geen gevoerde jas of wollen shawl. Wel een dikke wintervacht, een onverstoorbaar gemoed en de wens om dicht bij mij te zijn.
Dit is deel 2 van de serie Klein en gelukkig



Opmerkingen